De Koekop: professioneel én persoonlijk

Arachne Molema 16 juni 2016

Het is zo’n zomerse avond waarbij het zonde is om binnen te zitten. Zelfs in het smaakvol ingerichte restaurant De Koekop. Onze ogen lonken naar de nog ongedekte tafeltjes buiten. “Ik dek meteen een tafel, waar willen jullie zitten?” vraagt gastvrouw en mede-eigenaresse Jenny. We kiezen voor een plekje bij het raam. In de vensterbank bloeien paarse petunia’s. “Willen jullie een karafje water met munt, Granny Smith en limoen-smaak naast jullie wijntje?” Kijk, deze gastvrouw weet hoe ze onze culinaire harten moet stelen.

Jaloersmakend stel
Nog geen acht maanden geleden nam Jenny samen met manlief Michiel Mackay De Koekop over. Hij kookt, zij is gastvrouw. Het is zo’n jaloersmakend stel waarvan een plus een drie is. “Schat, ze is vegetarisch,” zegt ze liefdevol als hij met de amuse, - een crostini met rosbief en jalapeñopesto naar buiten komt lopen. “Oh, dan ruil ik het snel om.” Nog geen vijf minuten brengt hij een vega-variant met auberginemayonaise en lavaspoeder.  De taboulehsalade met feta – die misschiet net iets kruidiger had gemogen – vormt de wederhelft van de amuse.

 “Onze menukaart is niet heel uitgebreid, – maar als jullie iets anders willen dan dat er op staat, geef me dan een seintje.” Ik kan niet kiezen en laat mijn keuze aan de kok over. Dat geven van de vrije keuze, komt niet bedrogen uit. Het voorgerecht bestaat uit bloemkoolcrostini met bloemkoolcrème en couscous, saffraan, sesamaïoli en gemarineerde koolraap. Een heerlijk licht zomers gerecht dat me doet denken aan opwaaiende witte zomerse rokjes. Mijn tafelpartner, een fervent vleeseter, verorbert een dungesneden lamschouder met bataatcrème, gebakken kwartelei en groene asperges.

En dan het tussengerecht. Een ratatouille met geconfijte aardappel, gebrande rode paprika gestoofde courgette, caviar d’aubergine met schuim van Parmezaanse kaas en -  zeer verrassend - zwart olijvenpoeder. Op het andere bord preikt een gebakken rode mulfilet met bisque en citrusdie. Magnifiek!

“Als het te koud, moet je het zeggen, dan verhuizen we jullie zo naar binnen.” Maar nee, wij zitten hier prima in de avondbries van de Lange Mare. Laten het eten even zakken voordat het hoofdgerecht arriveert: een klassieke groene kruidenrisotto met asperges en een gepocheerd eitje. Als een echte rode wijnliefhebber, blijf ik wit een beetje spannend vinden. Maar Jenny weet me te overtuigen met een bloemige Les Gres Chardonay-Viognier uit de Langedoc. Een robuuste bavette en sparerib van Black Angus gaat aan de overzijde gepaard met een glas Spaanse Perelodo Cigonyes Negre.

Als we ook qua dessert nog eens flink in de watten worden gelegd met een kaasplankje en een variatie van dessert: variërend van meloen met roos tot Ile flottante met een exotische mangosaus en passievruchtengranité – heeft de Bonte Koe haar doel (positief!) bereikt: we kunnen geen geen boe of ba meer zeggen.

Mensen die liefhebben
Ja, onverwacht overweldigend, beschrijf ik mijn vuurdoop in De Koekop. Vaak zijn restaurants (en hun eigenaren) in dit klassesegment wat stijfjes. Dat is hier geenszins het geval. De Koekop straalt naast professionaliteit, eveneens persoonlijkheid uit.  

Michiel en Jenny zijn mensen die liefhebben. Het eten, de gasten, het leven, hun kinderen. “De zondag zijn we dicht. Dan hebben we een familiedag, met twee kinderen van zes en acht is dat belangrijk. Op maandag als veel restaurants in onze klassesegment gesloten zijn, zijn wij juist open.”

Ondanks dat we de laatsten zijn, heb ik niet dat ‘ik moet nu maar snel naar huis-gaan-gevoel’. Bij het laatste drankje schuif ik binnen bij hen aan. Michiel blijkt niet altijd kok te zijn geweest. “Inmiddels sta ik twaalf jaar in de keuken, maar ooit studeerde ik civiele techniek in Delft. Daar werd ik geen blij mens van.” Jenny met een Personeel & Arbeid – achtergrond komt uit Limburg en heeft Indonesische roots. “Het ging bij ons thuis altijd over eten.“ “Ja eten is de leidraad in onze liefde voor elkaar’, geven ze eerlijk én lachend toe. “Je vindt horeca of geweldig of verschrikkelijk.”

Knuffelen en zoenen
Waar word je blij van? “Als gasten verrast zijn door mijn keuze en als ze zeggen dat ze graag terug willen komen. En dat dan ook daadwerkelijk doen”, zegt Jenny. “En je knuffelen,” vult hij haar aan. Jenny lacht. “Soms zeggen gasten bij het afscheid spontaan: Ik ga je toch even zoenen. Blijkbaar voelen de gasten zich zo op hun gemak dat ze dat zeggen.” In de acht maanden tijd dat ze de zaak overnamen, hebben ze al heel wat mensen zien terug komen. Michiel: “Natuurlijk is iedere avond een vol restaurant mooi, maar ik zie liever dat mensen vaker terug komen. Dat mag de ene keer voor ene uitgebreid diner met alles erop en eraan zijn en de volgende keer enkel een hoofdgerecht met een glas wijn. Het leukste vind ik dat vaste gasten je nu gaan herkennen in de stad en dan vragen: ‘hoe gaat het met je kinderen?”

Het geheim? “Wat wij hier neerzetten, is waar wij honderd procent achter staan.

En dan is het heel gemakkelijk om jezelf te zijn.” En dan rest mij niets anders te zeggen bij het afscheid: “ik ga je toch even zoenen…”

Top